Toeval! Of toch niet?

Het overkomt mij vaak als ik mensen masseer die een ernstige lichamelijke en verstandelijke beperking hebben. Is dit toeval? Of toch niet? Het doet mij denken aan de eerste 2 jaar dat ik met deze doelgroep ging werken. Ik heb mijzelf vaak vragen gesteld. Wat betekenen eigenlijk die twee woorden? Lichamelijke en verstandelijke beperking. Houdt dit in dat de ander niet weet wat er om hem heen gebeurt? Zijn het mensen die niets snappen? Hebben zij oog voor de zorg en verzorging om hen heen? Kunnen zij zich op lichamelijk gebied nog wel ontwikkelen? Wat kunnen ze wel en niet aan? Hoe kun je iemand, ondanks zijn beperkingen, stimuleren, ondersteunen, prikkelen en het gevoel geven dat je openstaat en ziet wat de ander nog wel kan. En daar is tijd voor nodig! Tijd die er tegenwoordig vaak niet meer is.

Gezondmakende krachten

Inmiddels ben ik ruim 9 jaar verder en kan ik wel zeggen mensen met een lichamelijke en verstandelijke beperking zich kunnen blijven ontwikkelen. Als je de gezondmakende krachten maar aanspreekt. Gezondmakende krachten? Karen Wuerts & Hans Reinders schrijven in hun boek ‘De kunst van het zorgen. Over verbinding in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.’  dat vanuit de heilpedagogiek aangesloten wordt bij het gezonde deel van de mens en niet bij ziekte of gebrek. Ook de gezondmakende krachten genoemd.

En ja…. er zijn periodes waarin iemand een terugval heeft, steeds minder kan, kwaliteiten die ontwikkeld waren verloren gaan door ziekte. Hoe moeilijk is het dan om de gezondmakende krachten van iemand te zien? Dit vraagt om een goede verbinding tussen de zorgverlener en diegene die de zorg nodig heeft.

Spasmen

Afgelopen week was ik weer bij Daan in het verpleeghuis. Hij lag te slapen toen ik binnenkwam. Nadat ik hem begroet had deed hij 1 oog open zodat hij mij liet weten dat hij wist dat ik er was. Als Daan ligt te slapen, stel ik hem altijd de vraag of hij wel zin heeft om gemasseerd te worden. Eerlijk is eerlijk, ik kan mij ook voorstellen dat hij gewoon rustig wil doorslapen. Nadat ik mijn vraag een aantal keer gesteld had, kreeg ik het antwoord. Hij schudde met zijn grote teen het ‘Ja’ gebaar. Uit ervaring weet ik dat Daan op dit soort momenten ook meer last heeft van spasmen, ongecontroleerde spierspanning in zijn lichaam. Ik pas mijn ritmische massage hierop aan en raak hem met zachte en lichte strijkingen aan. Dat helpt. Soms doet hij 1 oog open en kijkt mij kort aan. Ik maak oogcontact met hem en vraag of het nog goed gaat. En weer krijg ik een bevestigend antwoord.

Toeval! Of niet?

De kamer vult zich ondertussen met de geur van de lavendelturfolie. Ik hoor één van de verzorgers op de gang tegen haar collega zeggen ‘Oh, wat ruikt dat toch lekker. Kreeg ik maar even zo’n Zen momentje. Daar ben ik wel aan toe’ en ik moet erom glimlachen. Wie weet… Ondertussen ga ik gewoon door en wil Daan zijn linkerbeen masseren. En dan gebeurt het. Daan is ineens wakker, tilt zijn hoofd op, kijkt mij aan én tilt zijn linkerbeen iets omhoog. Je moet weten dat ik altijd een handdoek onder zijn been leg als ik deze ga masseren. In eerste instantie denk ik dat het toeval is. Dat Daan een spasme heeft, maar als ik goed naar hem kijk zie ik verder geen spierspanningen. Hij blijft mij aankijken. Ik benoem wat ik zie en dat ik het ongelooflijk knap van hem vindt dat hij dit nu op dit moment doet. Het maakt mij niet meer uit of het toeval is of niet.

Heb jij ook wel eens van die toevalsmomenten in je werk met mensen met beperkingen? Twijfel je ook wel eens of het toeval is of niet? Ik zou het echt ontzettend leuk vinden als je jouw ervaring met ons deelt.